Concertkoor Immanuel geeft op 25 april 2013 een concert waarbij wordt uitgevoerd:
Antonin Dvorák - Requiem
Antonin Dvorák (1841 – 1904)
Dvorák is de beroemdste componist uit Tsjechië. Als kind kreeg hij muziekonderricht van zijn vader, slager en herbergier. Op school herkende een leraar zijn talenten en met financiële steun van een oom kon hij naar Praag, naar de organistenschool. Zelf moest hij de kost verdienen door in een dansorkest te spelen. Hij reisde veel, eerst door Europa en later ook in Amerika. Zijn Boheemse achtergrond komt in al zijn werken terug, maar ook de muziek uit andere landen, zoals de jazz uit Amerika, inspireerde hem.
Begonnen in de romantische-nationalistische traditie, volgde hij spoedig het romantisch-classicisme van zijn tijdgenoot Brahms. Zijn muziek getuigt vooral in de grote orkestwerken van groot vakmanschap, een sterk temperament en lyrische melodieën. Het Requiem wordt beschouwd als het hoogtepunt van Dvoráks religieuze composities.
Requiem (1890)
Het aangrijpende karakter van het Requiem heeft veel componisten gestimuleerd tot het schrijven van hun beste werken. Denk bijvoorbeeld aan Mozart, Verdi en Fauré. Ook Dvorák vond als romanticus in het Requiem veel mogelijkheden om zijn gevoelens te verklanken. Hij heeft 13 delen gecomponeerd, elk met een eigen karakter. De dood roept allerlei, soms tegenstrijdige, gevoelens op: verdriet, angst, opstandigheid, dankbaarheid voor het leven van de overledene en berusting. Al deze gevoelens zijn terug te vinden in de tekst en ook in de muziek van Dvorák.
Een veel terugkerend thema is de bede voor eeuwige rust (requiem aeternam) voor de overledene. Bij het verdriet breekt regelmatig het licht door. Dvorák verklankt dit door dissonante, wringende akkoorden te laten oplossen in heel harmonische klanken. Indrukwekkend is het Dies Irae, de dag des oordeels, dat bij Dvorák vol en groots klinkt. Daarnaast kent het werk ook tedere momenten, waarbij de muziek verstilt.
In het Requiem van Dvorák is een grote rol weggelegd voor het koor. De solisten hebben geen eigen grote aria’s, maar vullen het koor aan. Soms solo en soms als kwartet.





